Waarom de baas vaker een prijs voor ‘mislukking van het jaar’ moet uitreiken

Creativiteit is volgens veel wetenschappers de belangrijkste eigenschap van werknemers van de 21ste eeuw. Toch ligt de focus vooral op bètaonderwijs, data-analyse en ict-vaardigheden, zegt promovendus Bob Zadok Blok. Hoe kan het beter?

De Volkskrant: Madelon Meester, 17 februari 2020

Het was in 2004 dé voorspelling van het Sociaal en Cultureel Planbureau: in 2020 wordt creativiteit voor bedrijven het allerhoogste goed. Omdat steeds meer werk vervangen kan worden door machines, zijn het met name de soft skills die relevanter worden. Oftewel werknemers met sociale, communicatieve, creatieve vaardigheden en probleemoplossend vermogen.

Inmiddels is het 2020 en lijkt elk bedrijf te jagen op ‘creatieve werknemers’: van ministeries tot scholen en machinebouwers. Vul je op LinkedIn de term ‘creatief’ in, dan komen er ruim 20.000 resultaten bovendrijven. Ook uit een enquête van het UWV blijkt dat werkgevers het probleemoplossend vermogen van werknemers als een van de belangrijkste eigenschappen zien.

Te veel bèta

Maar het belang mag dan misschien erkend worden, toch gaat het mis, zegt promovendus Bob Zadok Blok, die aan de Universiteit Leiden creativiteit en het effect van creativiteitstrainingen onderzoekt. De nadruk ligt te veel op bèta-onderwijs, data-analyse en ict-vaardigheden, zegt hij. Zo wil de overheid 150 miljoen euro overhevelen van de geesteswetenschappen naar technische universiteiten.

Een discutabele keuze, vindt hij. ‘Wetenschappers van over de hele wereld zien creativiteit als de belangrijkste competentie van werknemers. Daarbij wil elk bedrijf innoveren en dat is, heel simpel gezegd, het uitrollen van een creatief idee.’ Volgens Blok zien bedrijven en het onderwijs wel het belang in van vindingrijkheid, maar begrijpen ze niet echt wat het inhoudt. Daarom zou creativiteit een los vak in het onderwijs moeten worden, vindt hij. Alleen als je de theoretische basis kent, kun je het creatief denken ook in andere vakken en het bedrijfsleven integreren. Er moet, kortom, een creatieve cultuur worden geschapen.

Dat zegt ook psycholoog Matthijs Baas, die aan de Universiteit van Amsterdam promoveerde op het effect van stemmingen op creativiteit. ‘Bedrijven zien in dat vindingrijkheid de belangrijkste eigenschap is van medewerkers van de 21ste eeuw, maar het ontbreekt ze aan de juiste randvoorwaarden om die te bevorderen.’ Af en toe een creativiteitscursus geven, is niet voldoende, voegt Blok toe; de hele bedrijfscultuur moet veranderen. ‘Je bent niet zomaar een creatief bedrijf. Iedereen, zowel de directie als op de werkvloer, moet doordrongen zijn van het belang ervan. Daarnaast zou je bijvoorbeeld een creativiteitsmanager kunnen aanstellen om creatieve processen te bewaken en ervoor te zorgen dat plannen niet doodbloeden.’

Grootste mislukking

Het goede nieuws is: creativiteit is te leren en er zijn meerdere manieren waarop je dat kunt doen. Natuurlijk is er een grote genetische component, maar ook met trainingen kun je het vindingrijke, scheppende deel van onze hersenen aanwakkeren, zegt Blok. ‘Kijk bijvoorbeeld naar Johan Cruijff. Toen hij jong was, kon hij vast ook al aardig voetballen. Maar toen ging hij trainen, werd hij écht goed. Je hebt van nature creatieve genieën, maar uiteindelijk is ieder mens creatief. Een manier om die inventiviteit aan te moedigen, is door het divergent denken te trainen.’

Deze manier van denken moet out-of-the-box-gedachten aanwakkeren. Een bekende opdracht is bijvoorbeeld het verzinnen van zo veel mogelijk toepassingen voor een baksteen. Blok voerde dit soort experimenten uit bij onder anderen informatica- en kunstacademiestudenten. Na training bleken beide groepen met meer originele ideeën te komen. Wel bleek dat informaticastudenten met minder ideeën kwamen dan kunstacademiestudenten. Volgens de onderzoeker ligt in het ict-onderwijs de nadruk teveel op de techniek in plaats van creativiteit. ‘Dat moet veranderen om tot meer innovatieve oplossingen te komen.’

Within-the-box

Sommige bedrijven proberen dat door prijzen uit te reiken voor de grootste mislukking van het jaar. Op die manier willen ze bij werknemers de angst wegnemen om nieuwe dingen te proberen. Want Einstein zei het al: iemand die nooit fouten maakt, heeft nooit iets nieuws geprobeerd. En wat is er nou funester voor het aanwakkeren van creativiteit dan dat?

Toch is het within-the-box-denken, anders dan veel mensen denken, ook helemaal niet verkeerd, zegt Baas. Om nieuwe ideeën te ontwikkelen, moet je namelijk ook volhardend zijn en nauwgezet en langdurig doordenken over een probleem, stelt hij. Om Edison, een ander creatief brein, te citeren: ‘Creativiteit bestaat voor 1 procent uit inspiratie en voor 99 procent uit transpiratie.’

Ook moeten de omstandigheden voor het bevorderen van creativiteit goed zijn. ‘Werknemers moeten vrij zijn om te bepalen hoe ze te werk gaan’, zegt Baas. ‘Ze moeten gemotiveerd zijn en het werk uitdagend vinden. Ook is een werkcultuur die openstaat voor constructieve feedback belangrijk.’

Brainwriting

Daarbij moeten werkgevers nadenken over hoe zij creativiteit faciliteren. Baas: ‘Het delen van ideeën kan helpen om tot een oplossing te komen voor een probleem, maar je moet ook nadenken over hoe je dit aanpakt.’ Zo blijkt brainstormen volgens de onderzoeker helemaal niet zo productief. ‘Het voelt alsof hier veel ideeën uitkomen, maar bekijk je het per persoon, dan is dat niet het geval.’ Een betere manier is volgens hem brainwriting. Iedereen schrijft dan ideeën op een blaadje. Zit je vast, dan schuif je het vel papier naar degene naast je, zodat die ermee verder kan. ‘Zo heb je wel die cognitieve stimulatie, maar word je niet gestoord in het gedachteproces.’

Er is niet één gouden tip om de creativiteit in jezelf en anderen wakker te maken, aldus de onderzoekers. De beste methode verschilt van mens tot mens. Blok vindt dat de hele samenleving meer moet inzetten op creativiteit, om zodoende meer te innoveren. ‘Stel je eens voor dat we creativiteit zo diep kunnen verankeren in het onderwijs, dat we hiermee opzien baren in het buitenland en het een exportproduct wordt. Dat zou toch geweldig zijn?’

 

Bron: De Volkskrant